Stel je een kantoorgebouw voor in een plaats die wij vroeger ‘groeikern’ noemden. Zeven verdiepingen beton en donkergetint glas. Buiten een parkeerplaats met bordjes voor bezoekers en de directie (de beste plaatsen). Een keurig aangeharkt plantsoen met onderhoudsarm groen. Schuifdeuren die leiden naar de indrukwekkende receptiebalie.
Deze meneer legt prettig duidelijk uit waarom storytelling werkt: omdat je verhalen onthoudt. Over naakte fietsers met overgewicht, Koekiemonster die naar je zwaait en Britney Spears die thuis bij je op tafel danst.
Redigeren is dankbaar werk. Het is te vergelijken met het werk van de monteur die je auto rijklaar maakt. Soms schort er van alles aan je auto, soms is olie bijvullen voldoende.
Er is veel voor te zeggen om in teksten persoonlijke taal te gebruiken. Persoonlijk taalgebruik komt namelijk veel beter over bij de lezer. Lees mijn posting op Proflab.
De zaallichten gaan uit. Het gemurmel verstomt. Cabaretier Erris van Ginkel komt op. ‘Ik weet meteen of de zaal er zin in heeft of niet. Het is een ongrijpbaar moment.’
In de nazit na een tamelijk afmattende parallelsessie zocht ik een nog niet bezette afgerokte statafel in de foyer op. Daar kreeg ik al snel gezelschap van een vriendelijke leeftijdgenoot. Nadat we samen constateerden hoe erg het is dat we voortaan geen bitterballen en vlammetjes, maar julienne gesneden winterwortel en koolrabi met mieriksworteldip krijgen aangeboden in foyers, was het tijd voor netwerkvraag nummer één: ‘Wat doe jij dan in het dagelijks leven?’